Vanaf het strand in Colombia, ver van Utrecht, zagen mijn vriendin en ik hoe de locals de golven de baas waren op hun surfplanken en bodyboards. Mijn vriendin vond het knap van die jochies. ‘Ik heb hier ook wel gevoel voor,’ pochte ik. ‘Je moet gewoon zorgen dat je de golf pakt vlak voordat hij omslaat.’ Mijn vriendin keek me geringschattend aan en zei wat ze altijd zegt als ik opschep: ‘Je bent walgelijk.’

Foto (c) Jelmer de Haas

Ik denk bij vlagen dat ik een atletisch wonder ben. Ik had vroeger altijd een ‘Goed’ op mijn rapport voor gymnastiek. Vraag maar aan Ingmar, mijn gymleraar van de middelbare school. Hij zal mij niet tegenspreken, maar eerder nog meer bejubelen dan ik zelf al doe. Hij zal hoogstwaarschijnlijk iets zeggen als: ‘Goed is een understatement, Daan was extreem goed, en bij apenkooien schurkte hij zelfs tegen het briljante aan.’ Ik weet het niet zeker, maar ik heb een sterk vermoeden dat Ingmar een foto van een bok­springende jonge Daan aan de muur in zijn kantoortje heeft hangen.

Vol zelfvertrouwen huurde ik een bodyboard van een local met een rond brilletje met rode glazen, een zwembroek met Hawaïprint en een surfshirt. Hij gaf mij het bodyboard en wenste mij succes met de surfersgroet. Je weet wel, zo’n vuistje waar je duim en pink nog uitsteken. Vol overtuiging groette ik terug. Wij begrepen elkaar, hoewel we niet dezelfde taal spraken. Wij hadden genoeg aan de surferstaal en het geluid van de golven. Hij en ik waren als vier voeten op één plank. We straalden allebei dezelfde rust uit, die we gebruikten om op de juiste golf te wachten.

Ik bracht mijn vriendin voor de grap ook een surfersgroet en ging het water in met de aan mijn arm gezekerde bodyboard. Ik had ook een surferstruitje gekregen, dat er meer uit zag als een croptop. Maakte niets uit, ik voelde me nog steeds cool. Daar ging ik. Surfgeschiedenis schrijven.

De eerste golf klapte vol in mijn bek, het board schoot uit mijn handen, ik ging kopje-onder en werd met grof geweld meegesleurd door de branding. Paniekerig kwam ik weer boven. Ik tufte het zeewater uit en wreef het zout net uit mijn ogen, waardoor ik de volgende golf niet zag aankomen en te laat was om hem te incasseren. Weer ging ik kopje-onder en weer spartelde ik overeind, alleen maar om me opnieuw te laten overrompelen door een golf. Toen ik voor de vierde keer opstond en mijn naveltruitje omlaagtrok, zag ik dat ik was aangespoeld op de plek waar ik was begonnen. Bij een nieuwe poging de golven te bedwingen klapte het board tegen mijn hoofd. Ik gaf het op. Ik wierp een verslagen blik richting strand en zag de surflocal snel wegkijken, alsof hij niets gezien had. Misschien was hij bang dat ik mijn geld terug zou vragen. Hij had vast vaker met Hollanders van doen gehad.

Mijn vriendin zat hard te lachen achter haar filmende telefoon. Met gebogen hoofd liep ik naar haar toe en plofte op mijn handdoek. ‘Ik bén ook walgelijk,’ zei ik.


Daan Boom (29) is programmamaker, muzikant en komiek en woont in Utrecht. Hij is presentator van Streetlab en speelt in de Tante Joke Karaoke Band.