Nu ik ga verhuizen naar een serieuze, volwassen mensenplek, is het tijd om het quasi studentenleven achter me te laten. Ik zeg quasi, omdat ik nooit student ben geweest. Ik ben zo gezegd autodidact. Mijn zelfstudie bestond van mijn achttiende tot mijn twintigste voornamelijk uit het in de foetushouding in bed liggen. In het ouderlijk huis welteverstaan. Tot ik net iets te vaak ‘Het is hier geen hotel!’ had gehoord.

Foto (c) Jelmer de Haas

Eenmaal op kamers had ik wat oubollige kastjes (meegenomen uit het appartement van wijlen mijn oma), een wit, beroerd liggend bed met een bijpassend grijstinten dekbed van Ikea en een elektrische piano. Zo waren de veertien vierkante meters wel gevuld en was de mortuarium look compleet.

De eerste periode woonde ik samen met mijn beste vriend in het door ons omgedoopgte studentenhuis in de Watervogelenbuurt. Het was een feest. Dat ik nooit de afwas deed, überhaupt nooit iets schoonmaakte en mijn eczeemzalfjes zonder dop liet slingeren, waardoor het aanrecht onder de hormoonzalf zat, gooide maar heel af en toe roet in het eten. Veelal zaten we op de kamer van mijn beste vriend, omdat hij wél een tafel had.

Die eerste periode deed ik als vrijgezel boodschappen op de Twijnstraat tussen zes en zeven uur ’s avonds – door twee ‘uffen’ ooit bestempeld als ‘het lekkere mannen-uurtje’. Het wierp bij mij nooit vruchten af. Ik wijt het zelf aan de inhoud van mijn mandje. Ik kan me voorstellen dat het voor de ‘snerpende hertjes’ niet per se aantrekkelijk was om een jongen van 25 te zien lopen met gesuikerde banaansnoepjes, galette wafels en magnetronhamburgers aan zijn arm.

Nu heb ik dus een voornemen. Om voor mezelf te gaan zorgen, te koken, schoon te maken, m’n kleren met regelmaat in de wasmand te gooien, m’n agenda na te komen, en er een normaal slaapritme op na te houden. Stel je voor dat ik straks van de ene op de andere dag volwassen ben. Dat mensen me vragen: ‘Wat is er met jou aan de hand? Je doet zo gestructureerd en intelligent, en je bent ineens zo knap!’ En dat ik dan zeg: ‘O, ik ben gewoon cold turkey volwassen geworden.’ Want natuurlijk zou ik er ook heel knap van worden.

Een column voor de Uitagenda is een mooi begin en past de nieuwe weg die ik insla. Behalve dat ik het leuk vind om mijn belevenissen in Utrecht te beschrijven, moet ik ook elke maand een deadline halen. Daarvoor is structuur nodig. En als je dit leest, dan is het me gelukt.


Daan Boom (28) is programmamaker, muzikant en komiek en woont in Utrecht. Hij is presentator van Streetlab en speelt in de Tante Joke Karaoke Band.