Niet eens zo lang geleden had ik nog de ideale oplossing voor een hoofd vol stress, frustratie of woede. Ik pakte gewoon op zaterdag de fiets voor een ritje door de binnenstad.

Foto (c) Jelmer de Haas

Ik begon bij Ledig Erf, dé start voor een rondje mateloze ergernis, en dan vooral aan principiële fietsers-die-van-rechts-komen. Verscheen er een in mijn blikveld, dan liet ik mijn fiets nog wat doorrollen om te testen hoe ver ik kon gaan, en trapte ik vervolgens hard op de rem. ‘Ik kom van rechts, hoor,’ zei de fietser dan – bij voorkeur een vrouw van middelbare leeftijd op weg naar de Groene Winkel. Zonder weerwoord te geven fietste ik stug door, maar de bouwstenen voor mijn irritatie waren gelegd.

Ik vervolgde mijn weg via de Twijnstraat; een straat die eigenlijk te smal is voor de auto’s die er rijden. Met een beetje mazzel drukten die mij aan de kant, wat mij het recht gaf om een Italiaans wegwerpgebaar te maken en daar grote ogen bij op te zetten. Iets te overdreven voor deze situatie, wel heerlijk om te doen. Tijdens het stuk dat volgde, op de relatief rustige Oudegracht, kon ik me even herpakken en mentaal voorbereiden op wat komen ging: het feest op de Oudegracht-Tolsteegzijde, vlak voorbij de paaltjes. Daar maakte ik vaart om door de winkelende mensenmassa heen te zigzaggen, mikkend op de grote tassen die ze met zich meedroegen. In het voorbijgaan hoorde ik hier en daar gesis: ‘Jeetje, rustig maar hoor!’ Of: ‘Pas op, Henk!’

Daarna was het tijd voor de halve finale: De Donkere Gaard en de Lichte Gaard langs het volle terras van Orloff. Op dit punt begon ik zelf ook geluiden te maken: ‘Tjonge jonge…’ ‘Niet te geloven!’ en soms een getergd ‘Jézus joh!’ Omdat ik geen bel had, riep ik ook ‘Tering!’ om wandelaars voor mijn aanstormende fiets weg te jagen. Was er iemand die zijn beklag deed – ‘Ben je me nu gewoon aan het uitschelden?’ – dan kon ik gepikeerd reageren: ‘Ik doe gewoon het geluid van een bel na, meneer. Bent u soms met uw verkeerde been uit bed gestapt?!’ Eén keer zei ik ‘Klootzak!’, maar dat klonk in de verste verte niet als het geluid van een fietsbel, dus toen heb ik mijn excuses maar aangeboden.

Nu was de onverslaanbare eindbaas van de route in zicht: De Vismarkt. Waar het wemelde van shoppende moeders met dochters, en vrouwen die hun tegenstribbelende echtgenoten aan hun arm meesleurden. De perfecte plek om mijn ergernis tot grote hoogte te stuwen. Hier begon ik ook met schoudertje duwen. ‘Je mag hier helemaal niet fietsen, hoor,’ riepen mensen dan. Och, wat vond ik dat heerlijk om te horen, wetende dat het wél mocht. Mijn ‘Doe echt ff normaal joh, mevrouw’ wisselde ik af met een subtiel middelvingertje, om uiteindelijk precies op het kookpunt de finish te bereiken: de Stadhuisbrug. Daar slaakte ik een verlossende zucht. Alle negatieve gevoelens van voor de rit hadden mijn hoofd verlaten en lagen nu als verloren broodkruimels verspreid door mijn stadsie.

Helaas zijn deze tijden voorbij. Op zaterdag fietsen in de binnenstad is tegenwoordig verboden. Ik zal dus ergens anders mijn frustratie moeten gaan botvieren. Waar, daar ben ik nog niet over uit. Misschien een keer de IKEA proberen.


Daan Boom (28) is programmamaker, muzikant en komiek en woont in Utrecht. Hij is presentator van Streetlab en speelt in de Tante Joke Karaoke Band.