Het was een zonnige middag in Utrecht en ik had met een vriend een brainstormdag. Tegen lunchtijd liepen we over een plein met een viskraam. Erin stond een kalende man van middelbare leeftijd met een schmutzig wit T-shirt aan en een plastic schort voor. We besloten kibbeling te halen.

Foto (c) Jelmer de Haas

‘Zeg het eens…’ zei de visboer, terwijl hij over ons heen keek. We bestelden, hij pakte de stukken vis en gooide ze in een teiltje met beslag. Ooit moest dat teiltje wit geweest zijn, nu was het meer beige. De visboer voerde al zijn bewegingen routineus uit. Zijn neerhangende mondhoeken straalden geen werkplezier uit.

Er kwam nog een klant een portie vis bestellen,  een corpulente meneer die hier duidelijk vaker kwam. ‘Ik het een nieuw ploatje opgenomen en daar gaat ik nou een clippie bij laten moaken,’ verkondigde hij in plat Utrechts.

‘Ooh joa?’ antwoordde de visboer. Hij klonk niet al te geïnteresseerd, maar dat maakte zijn klant niet uit. ‘Me dochter goat naar Ibiza met Riccardo,’ zette hij het eenzijdige gesprek voort.

‘Ooh joa?’ mompelde de visboer weer. Wat ging er in zijn hoofd om? Baalde hij dat hij hier stond, achter zijn kraam, op dit plein, week in, week uit? Betreurde hij dat hij nooit Vrije­tijdsmanagement had kunnen studeren, of Keltische talen? Waarschijnlijk, dacht ik, is hij visboer geworden omdat zijn vader dat al was. Omdat hij als kind al elke zaterdagochtend mee moest om vis schoon te maken. Zou hij boos zijn op zijn vader, die hem dit vak had ingedreven en hem zo elke andere toekomst had ontnomen? Mensen van zijn generatie hadden nu eenmaal niet allemaal de vrijheid gekregen om te worden wat ze wilden.

Nee, dan mijn generatie, met ons overschot aan keuzes. En maar miepen: ‘Ik weet niet wat ik wil met mijn leven, huilie huilie.’ We mogen blij zijn dat onze ouders niet voor ons bepaalden wat we moesten worden! Terwijl ik in een stuk kibbeling hapte, voelde ik mijn verontwaardiging groeien. Want dat was deze visboer dus wel overkomen: hij was tot deze kraam veroordeeld. Daarom was hij natuurlijk verdrietig en had hij geen zin meer om zijn teiltje en zijn kleren te wassen. Hij wacht vast op iemand die hem gaat troosten, dacht ik. Misschien wel op mij! Misschien moest ik hem vertellen dat hij alsnog de wereld kon ontdekken. ‘Die is namelijk groter dan uw viskar in Utrecht!’ zou ik hem toeroepen. ‘Het is nog niet te laat, visboer. De wereld is uw oester!’ Waarna hij zijn schort zou afdoen en mij in de armen zou vallen. ‘Bedankt Doantje. Dankzij jou heb ik het licht gezien.’

De corpulente meneer had inmiddels zijn kibbeling op. ‘Hij was weer lekker!’ riep hij. Hij gooide het lege bakje in de vuilnisemmer, groette de visboer en beende opgewekt het plein af.

De visboer draaide zich naar ons toe, zijn mondhoeken nu opwaarts. Hij knipoogde. ‘Wat een mooi vak, hè?’


Daan Boom (28) is programmamaker, muzikant en komiek en woont in Utrecht. Hij is presentator van Streetlab en speelt in de Tante Joke Karaoke Band.