Ik zit in een volle trein van Utrecht naar Amsterdam. Met mijn oortjes in luister ik naar Seal, ik scrol door mijn Instagramtijdlijn en bekijk foto’s die ik die dag al twee keer eerder voorbij heb zien komen.

Foto (c) Jelmer de Haas

Terwijl ik steeds dieper in mijn telefoon verdrink, hoor ik opeens een stem door de muziek heen: ‘Dat vind ik nu zo jammer hè.’ Ik schrik en trek mijn oortjes uit. Het is de conductrice.  ‘Sorry?’ zeg ik.  ‘Die schermpjes. Iedereen zit altijd maar op die schermpjes te staren.’

Ik kijk om me heen en zie dat de hele coupé, zoals gewoonlijk, op zijn telefoon tuurt. Een stelletje zit verstrengeld in elkaar, maar wel op hun telefoons. Tegenover hen een man in pak en daarnaast een mevrouw van middelbare leeftijd – ook allebei op hun telefoon. De twee meisjes naast mij, die de Kim Kardashian-look redelijk goed evenaren: vastgeplakt aan hun scherm.

‘Ja,’ antwoord ik, ‘waar is de tijd gebleven dat je een snoepje kreeg van een oude dame tegenover je?’ De conductrice reikt naar haar binnenzak en geeft me een snoepje. ‘Met dropsmaak.’ Ze loopt verder en laat mij achter met een glimlach. De Kardashians hebben al die tijd niet opgekeken van hun telefoon.

Er bekruipt mij een gevoel van schuld. Niet alleen tegenover de conductrice, maar ook tegenover mezelf. Tegenover het leven. We zijn allemaal knettergek geworden. Overal waar je kijkt zie je aan hun smart­phone gekluisterde mensen. In de trein, op het perron, in de rij voor de kassa, in de auto. Er vallen verdorie mensen van bergen af omdat ze een vette selfie willen maken.

We klampen ons allemaal angstvallig vast aan dat ding. Bang om iets te missen. Terwijl je pas echt iets mist als je de hele dag op je telefoon bezig bent. We stammen af van de aap, maar als we zo voorovergebogen blijven lopen, zijn we snel weer terug bij onze oerhouding.

Zelf ben ik ook zo’n mobielklever. Ik voer vaak gesprekken op de automatische piloot; half kijkend op mijn mobiel, half reagerend in real life. Zoals toen mijn net afgestudeerde vriendin was afgewezen voor een baan, met de handen in het haar zat en aan mij vroeg wat ze dan nu in godsnaam moest gaan doen. En ik, glimlachend, met één oog op de nieuwe Dumpert-topper, antwoordde: ‘Ja, haha, grappig.’ Toen hadden we de emoticonpoppetjes wel even aan het dansen.

Dus nu wil ik een revolutie starten: #voerookeens­eengesprekinhetechteleven. Laten we weer lekker met elkaar kletsen. Over het weer of over Boer zoekt Vrouw. Over de kwestie Midden-Oosten of dat er een olifantje geboren is in de dierentuin. Gewoon weer even contact maken met echte mensen. Kijk omhoog, Sammie, in plaats van op je telefoon – en wie weet ontmoet je wel de liefde van je leven. En mochten mensen niet met je willen praten, dan kun je ze altijd nog via Airdrop een lelijke selfie van jezelf sturen. Zelf heb ik voortaan altijd snoepjes in mijn zak om uit te delen in de trein.


Daan Boom (28) is programmamaker, muzikant en komiek en woont in Utrecht. Hij is presentator van Streetlab en speelt in de Tante Joke Karaoke Band.