Toen ik begon met het schrijven van columns voor de Utrechtse Uitagenda, had ik me voorgenomen om niet over dit soort onderwerpen te beginnen. Maar nu ik mezelf laatst plotseling in een hoogst benarde situatie bevond, heb ik toch besloten van mijn voornemen af te stappen. Omdat ik het als mijn taak zie, zeker nu ik mijzelf ook theatermaker mag noemen, om taboedoorbrekend te zijn. De discussie open te gooien. Geschiedenis te schrijven. Afijn, ik zal proberen het netjes te houden.

Ik fietste door de binnenstad en de nood was hoog. Het moest gebeuren. Nummertje 2. U weet wel: de Grote Boodschap. Ik had twee keuzes: een volle broek, of mijn behoefte doen op een openbaar toilet. Die keuze lijkt niet zo moeilijk, maar is dat wel voor iemand met een fobie om buitenshuis te poepen. En laat ik daar nu al van jongs af aan last van hebben. De hygiëne, de sporen van anderen, de geuren van anderen, de geluiden, jouw hoofd dat gekoppeld wordt aan het stinkende toilet waar je net vanaf komt, de publieke schaamte, de wc’s op Duitse pompstations – het zijn allemaal barrières die voor mij nauwelijks te nemen zijn. Daarom houd ik al mijn hele leven een wc-ritme aan waarbij ik op gezette tijden naar mijn eigen toilet kan.

Natuurlijk gaat dat soms mis en moet ik er toch aan geloven. Op de middelbare school heb ik daarvoor een noodscenario ontwikkeld. Ik bleef posten bij de wc’s tot ze allemaal onbezet waren, ging naar binnen, checkte welke het minst vies was, legde wat wc-papier op de bril en één velletje in het bassin om opspattend water te voorkomen. Vervolgens probeerde ik zo snel mogelijk mijn behoefte te doen. Als er dan toch iemand anders binnenkwam, hield ik me muisstil tot hij weer weg was. Ik trok zelfs mijn voeten omhoog, zodat niemand mijn schoenen onder de wc-deur kon zien en mijn identiteit zou raden.

Tijdens mijn auditie op de toneelschool in Maastricht stond ik op het toilet mijn handen te wassen. Een student liep binnen, groette me, ging een wc in en liet 5 seconden later alles met volle kracht gaan. Alsof hij trombone speelde. Hij ging helemaal los. In plaats van walging voelde ik jaloezie en bewondering: durfde ik dat maar. Iemand zelfverzekerd gedag zeggen en daarna vol trots de wc uitlopen met een air van ‘Ja, dat was ik!’

Maar goed, zo ver ben ik dus nog lang niet. Terug naar de binnenstad, waar ik inmiddels in steeds hogere nood kwam. Omdat ik in de buurt was van de Utrechtse Boekenbar aan de Westerkade, gerund door mijn vriend Tim, besloot ik daar naar de wc te gaan. Maar aan mijn rood aangelopen hoofd zag Tim meteen hoe laat het was. Met een ‘O nee, dat ga jij hier niet doen, vriend’ wees hij me de deur. Dus strompelde ik met mijn laatste krachten naar het Louis Hartlooper Complex, waar ik net op tijd de wc wist te halen. Een grote opluchting, dat mag duidelijk zijn. Net zoals het een hele opluchting is om met mijn ‘poepfobie’ uit de kast te komen. Er zijn vast meer mensen die ermee kampen. Laten we er open over zijn. We are not alone. Fijne maand iedereen.