Met elk een halve liter bier in onze klauwen lopen we het stadion in. Met mijn voetbalteam ben ik naar een wedstrijd van FC Utrecht, dat vandaag tegen AZ speelt. En als wij bij elkaar zijn, is het menens. Iedereen bezwijkt onder de groepsdruk en wordt meegezogen in de baldadige sfeer.

Foto (c) Jelmer de Haas

Onderweg naar onze plaatsen hoor ik wat kinderen smoezen: ‘Hé, hij is van Betreden Op Eigen Risico!’ Dat is het jeugdprogramma dat ik presenteer voor de NPO. Een moeder vraagt of ik met haar kinderen op de foto wil. Hoewel ik me lichtelijk geneer met die halve liter in mijn handen, ga ik op haar verzoek in. Dan nemen mijn teamgenoten en ik plaats, drie rijen achter de club met kinderen.

De wedstrijd zelf is in eerste instantie weinig interessant. Utrecht komt snel op achterstand. Dat geeft de twee oudere mannen voor ons genoeg munitie voor een klaagzang. Het plat Utrechtse accent moet je er zelf bij bedenken. ‘Ja, kijk, weer zo’n kutbal! Als hij hem nou had afgespeeld, dan had die ander ’m zo voor kunnen geven. Tjonge jonge.’ Deze mannen, zo weet een van mijn teamgenoten, zitten hier al jaren en doen niet anders dan klagen. Die hebben een seizoens­kaart puur om lekker te mokken en te brommen. Ook als het goed gaat kennelijk, want als FC Utrecht even later de gelijkmaker scoort, klinken ze alsnog verwij­tend: ‘Hè hè, het werd godverredomme eens tijd.’

Ondertussen is mijn voetbalteam op de biertrein gestapt. De ene na de andere halve liter wordt weg­getikt. Ik zit er wat ongemakkelijk tussen. Omdat mijn biermaag niet zo groot is als die van hen, bedank ik elke ronde voor de eer. Tot ongenoegen van mijn teamgenoten. ‘Zit je in je eigen bier te tuffen of zo? Het lijkt wel alsof je beker steeds voller wordt!’ schreeuwt Tom me toe. Mijn team lacht honend, en ook de klagende mannen lachen mee. Zelfs de moeder van de kinderen heeft het gehoord en vindt het blijkbaar funny.

Er wordt een overtreding gemaakt op een speler van FC Utrecht. ‘Plakkie kaas!’ roept iemand. Het duurt even voordat ik begrijp wat daarmee bedoeld wordt, maar dan begin ik ook te lachen. Als AZ-verdediger Ron Vlaar zich warmloopt, wordt hij vanaf onze tribune toegeschreeuwd: ‘Ronnie, ik doe je moeder zonder connie!’ Hoofdschuddend, maar half lachend loopt Vlaar verder. Zelf zit ik in tweestrijd. Iets in mij wil uit schaamte ineenkrimpen, omdat ik zo duidelijk herkenbaar tussen deze hooligans zit. Anderzijds wil ik gewoon net zo hard meedoen. Ook gekke dingen roepen als ‘schijfje tomaat’, als ik vind dat iemand rood moet krijgen. Of lekker de hele wedstrijd klagen, zoals de inspirerende heren voor mij. Me eigen lekker vrij voelen op die tribune. Waarom houd ik me eigenlijk in?

In de laatste minuut scoort FC Utrecht de 2-1. Iedereen gaat los. Ik realiseer me dat het eigenlijk niet uitmaakt wat ik doe. We komen namelijk allemaal voor hetzelfde: onze club zien winnen. Dat is het enige dat mij en mijn medestanders interesseert en, belangrijker nog, verbindt. Volgende keer schmink ik mijn gezicht rood-wit en ga ik lekker helemaal op in de menigte. ‘UUUUUU!!!’


Daan Boom (29) is programmamaker, muzikant en komiek en woont in Utrecht. Hij is presentator van Streetlab en speelt in de Tante Joke Karaoke Band.