Paul van Ostaijen(1896-1928) is vooral bekend als een schrijver die begin jaren twintig de traditionele verstechniek overboord gooide en experimenteerde met nieuwe vormen: typografie, schrijfwijze, klank, ritme en kleur, bijvoorbeeld in de bundel Bezette stad (1921). Bekend ook om zijn verzen als ‘Marc groet ’s morgens de Dingen’ en ‘Alpejagerslied’. Maar hij was veel meer dan een vernieuwer van poëzie, hij was ook baanbrekend met zijn bijzonder satirisch proza, grotesken genoemd; daarnaast een scherpzinnig essayist, bevlogen (kunst)criticus en politiek commentator. Verslingerd aan de film en de jazz schreef hij ca.1921 het (dadaïstische) filmscenario De bankroet jazz. Van Ostaijen vertegenwoordigde in zijn tijd een nieuw geluid op veelzijdige wijze. Matthijs de Ridder, biograaf en publicist van en over Van Ostaijen, gaat nader in op het leven van de in Antwerpen geboren schrijver, die op bijna tweeëndertig jarige leeftijd overleed aan tuberculose, schetst de ontwikkeling die hij in zijn werk doormaakte en plaatst hem in de literaire, culturele en politieke geschiedenis van zijn tijd. Met toepasselijk beeldmateriaal. Samen met de internationaal vermaarde en gelauwerde jazzsaxofonist Ben Sluijs ontstaat ook een muzikaal portret van Van Ostaijen.