Wie was Maarten van Rossum en wat dreef hem? Waarom heeft hij de bijnaam “de gesel der boeren” en “de Grootste Gelderlander aller tijden? Waarom veroverde hij de stad Utrecht in 1527? Waarom plunderde en verbrandde hij de dorpen rondom de stad? Was hij een 16e-eeuwse guerrillastrijder of terrorist? Welke krijgsbuit streek hij op en welke tactieken werden gebruikt? Waren zijn plundertochten succesvol? Is er een overeenkomst tussen deze Maarten van Rossum en de Maarten van Rossum in de jaren ’60 serie ‘Floris’?

Deze en andere vragen komen aan de orde in de lezing van drs. Sander Wassing op dinsdag 19 maart namens de Historische Vereniging Vleuten, De Meern, Haarzuilens en Leidsche Rijn. De lezing vind plaats in buurtcentrum Hof ’t Spoor in Terwijde, Operettelaan 292 in Utrecht.

Het motto van de beruchte krijgsheer Maarten van Rossum (ca. 1490-1555) was: “Blaken en branden is het sieraad van de oorlog”. Van Rossum stond in de 16e eeuw bekend als de “Gelderse Attila ”en de “Gesel der boeren”. Van Rossum leefde in een tijd, waarin Keizer Karel V (1500-1558) de ambitie koesterde om alle Nederlandse provincies aan zijn gezag te onderwerpen. Dat betekende dat hij ook het hertogdom Gelre bij zijn gebieden wilde voegen; een ambitie waar de Gelderse hertogen zich uiteraard fel tegen verzetten. De gewone man kreeg de rekening gepresenteerd van het conflict dat tot 1543 steeds hoger opliep. Decennialang hield Maarten van Rossum, in dienst van de Gelderse hertogen, door terreur en guerrillaoorlogvoering de Nederlanden in zijn greep tot in Antwerpen toe. Die dreigingen kwamen in het jaar 1527 dichtbij voor de inwoners van het Sticht Utrecht. De stad Utrecht en het slot van de Utrechtse bisschop, Huis Ter Eem bij Eembrugge, werden toen door Van Rossum ingenomen. De dorpen rondom de stad ‘blaakten in het vuur’ en werden zo platgebrand. In zijn oorlogsvoering was van Rossum even tactisch briljant als meedogenloos hard. Als de bewoners van een stad of dorp niet voldoende konden betalen om zijn soldaten te onderhouden, brandschatte hij hele dorpen. Onderweg tussen dorpen en steden leefden zijn soldaten ‘van het land’. Vee en have van boerderijen werden geconfisqueerd.

Sander Wassing woont in Utrecht en heeft zich tijdens zijn studie geschiedenis gespecialiseerd in de geschiedenis van de Nederlanden gedurende de 16e en 17e eeuw en schreef zijn scriptie over de Beeldenstorm (1566) en Alva’s Raad van Beroerten. Momenteel geeft Wassink als freelance historicus lezingen, schrijft hij artikelen, verzorgt gastlessen op scholen en is werkzaam als stadsgids in Leiden. Daarnaast is hij verbonden als conservator aan de Stichting Historisch Museum Hazerswoude. Ticket info