Vincent van Gogh (1853-1890) had een onweerstaanbare passie voor boeken en de behoefte zich voortdurend te vormen en te studeren. In zijn brieven noemt hij meer dan 150 schrijvers uit tien landen en op z’n minst 200 werken in vier talen. Hij raadde zijn broer Theo, zijn zus Willemien en zijn kunstenaarsvrienden in zijn brieven dringend aan de literatuur die hij zelf belangrijk vond te lezen. Wouter van der Veen vertelt over de ‘literaire reis’ van de schilder, waarom hij de boeken van befaamde schrijvers las en over diens brieven waarin hij commentaar geeft op zijn leven en kunstenaarschap. Egodocumenten die op dezelfde hoogte gesteld worden als de correspondentie van Multatuli en beschouwd worden als de aangrijpendste kunstenaarscorrespondentie uit de wereldliteratuur. Gelardeerd met beeldmateriaal en een voordracht van fragmenten uit het werk van ‘de auteurs van Van Gogh’ en zijn brieven door Joop Keesmaat.