Utrecht staat vol met bijzondere gebouwen waar je regelmatig langsfietst, maar zeker niet alles van weet. Zoals de twee hagelwitte gestapelde blokken van De Vrijstaat aan de rand van Leidsche Rijn Centrum.

Foto: Charlie Feld

Op het terrein van kunstwerkplaats De Vrijstaat in Leidsche Rijn zijn twee grote, witte, rechthoekige volumes kruiselings op elkaar gelegd. Ze liggen niet erg stevig, zo lijkt het: de bovenste rechthoek steekt aan een kant veel verder uit dan aan de andere kant. Dit is dan ook geen ontwerp van een architect, maar van de kunstenaar Stanley Brouwn (1935-2017). Het doet dienst als tentoonstellingspaviljoen en je kunt de ruimte huren.

Brouwn droeg met dit ontwerp bij aan een reeks para­sites – tijdelijke gebouwtjes die tussen 1999 en 2009 neerstreken in Leidsche Rijn. Denk ook aan de papieren koepel van Shigeru Ban. Het pop- upproject was een initiatief van kunstorganisatie Beyond, die tijdens de bouw van de nieuwe wijk alvast wat leven in de brouwerij mocht brengen met kunst.

De papieren koepel en meeste andere parasites van Beyond verhuisden in de loop van de tijd de stad weer uit. Brouwns gebouw bleef staan en wordt gekoesterd, al is het er ’s winters nogal koud en ’s zomers veel te warm. Geen ideale condities om kunst tentoon te stellen dus. Dat De Vrijstaat er toch blij mee is, is vooral te danken aan de vorm van het gebouw. Het wankele evenwicht van de twee blokken weerspiegelt een onmogelijkheid, maar tegelijkertijd oogt het rechte, symmetrische patroon van vierkante gevel- en raamvlakken zo nuchter als wat.

De wereldberoemde Stanley Brouwn gaf vanaf 1972 geen enkel interview meer over zijn werk. Alleen zo kon zijn kunst volgens hem tot zijn recht komen. Hij kwam eind jaren vijftig van Suriname naar Nederland en was onder meer geïnteresseerd in het fenomeen afstand. Dat begrip werd uitgehold door de vele verre reizen die mensen maakten, vond Brouwn. Hij onderzocht hoe afstand wordt beleefd en gemeten en gaf het opnieuw betekenis in zijn werk.

Door een eigen maatsysteem af te leiden van zijn lichaam, verhief Brouwn het stappentellen tot kunst. Zo introduceerde hij een ‘Brouwnvoet’ van 26 cm als alternatief voor het metrisch systeem. Elk vierkant in het gebouw in Leidsche Rijn meet 5 bij 5 Brouwnvoet, door de kunstenaar zelf sb-voet genoemd. De Utrechtse architect Bertus Mulder werkte het plan van Brouwn uit in een reëel gebouw. Om het precies zo strak te krijgen als de kunstenaar verlangde, heeft Mulder elementen als afwatering en installaties onzichtbaar weg moeten werken. Het resultaat is een bijzonder paviljoen met unieke maatvoering, dat van Brouwn de zeer neutrale titel ‘het gebouw’ kreeg.