De Utrechtse kunstenaar, schrijver en cabaretier Jeroen van Merwijk is woensdagochtend, 3 maart 2021, in zijn woonplaats Sainte-Juliette in Frankrijk overleden aan de gevolgen van darmkanker. Van Merwijk werd 65 jaar.

In de 50e Uitagenda Utrecht van december 2019 hadden we een interview in de kleedkamer met Jeroen van Merwijk. Lees het interview hieronder terug.


De kleedkamer

Pure concentratie

Wat doen acteurs voor ze het podium opgaan? Hebben ze last van plankenkoorts? Wat zijn hun kleedkamerrituelen? Deze maand: Jeroen van Merwijk.

foto: Jelmer de Haas

Last van zenuwen voordat je het podium opgaat?

‘Als ik een complete voorstelling uit mijn hoofd moet oplepelen, zoals ik jaren heb gedaan, is er wel enige nervositeit van tevoren. Zeker toen ik net begon. Het duurt toch een tijdje voordat je dat onder de knie hebt: optreden met publiek voor je neus. In mijn nieuwe show lees ik de liedjes grotendeels op van papier. En dan ben ik eigenlijk niet of nauwelijks zenuwachtig. Maar helemaal zonder spanning het podium opgaan, is ook niet verstandig. Je moet wel scherp zijn.’

Heb je het moeten leren, op het podium staan?

‘Ja, van huis uit ben ik beeldend kunstenaar en dan is het eigenlijk tegen je aard in om voor publiek op te treden. Maar ik ben ook weer een atypische kunstenaar, omdat ik zo veel lul. Op de Kunstacademie was ik degene die het meeste lulde van allemaal. Niet zo moeilijk, met al die introverte types, haha. Maar uiteindelijk zit ik toch liever in het atelier.’

Heb je bepaalde rituelen voor je opgaat?

‘Ik ben alleen maar bezig met me te concentreren. Liefst zonder afleiding, zodat ik een beetje voor me uit kan staren. Opdat het allemaal niet te glimmerig wordt, krijg ik dingetjes op mijn smoel gesmeerd. Zoals een voetballer zich aankleedt voor een wedstrijd, zo kleedt een cabaretier zich aan voor de voorstelling. Maar er is bij mij geen sprake van speciale gewoontes of mascottes. Al heb ik ooit in een interview beweerd dat ik altijd een beertje bij me had.’

Welke podiumervaring is je bijgebleven?

‘Ik schat dat ik zo’n 2500 keer heb opgetreden, waarbij het tien keer ging zoals ik wilde. Het gebeurt zelden dat je op één lijn zit met het publiek. Ooit gebeurde dat wel in La Comedy in Utrecht. Wat ik ook niet snel zal vergeten is dat eens de halve zaal leegliep. De Vrienden van het Theater in Breda boden het theater een nieuwe vleugel aan, en als tegenprestatie kregen ze mij. Toen ze in smoking binnenkwamen, zag ik de bui al hangen. Tijdens de voorstelling liepen zeker honderdvijftig man weg; mijn cynische arrogante houding beviel hun niet. Maar ik kreeg wel een staande ovatie van de mensen die waren blijven zitten.’

Waarom lopen mensen überhaupt bij jou de zaal uit?

‘We leven in een land waar je niet alles mag zeggen. Vrouwendingen, discriminatie, het ligt allemaal al snel heel gevoelig. De teentjes worden steeds langer. Maar ik blijf alles zeggen, cabaret is er niet om politiek correct te zijn. Mijn nieuwe programma is heel zacht van toon, al vinden sommige mensen van niet. Die zien niet dat het ironie is, ze nemen alles letterlijk.’

Wat was je eerste podiumervaring?

‘In het Luxortheater in Rotterdam. Het was live op de radio en er werden tv-opnames gemaakt. In mijn eentje moest ik op, tussen Youp van ’t Hek en Freek de Jonge door, en in korte broek een liedje zingen. Dat ik dat heb gedaan, beschouw ik nog steeds als de dapperste daad uit mijn leven. Ik weet de eerste zin nog: ‘‘Venetië zakt langzaam in de zee, de meeste mensen zitten daar niet mee. Maar ik krijg altijd overal de schuld van, o jee.’’ Er luisterde werkelijk niemand.’


Uitagenda Utrecht #50, december 2019, pagina 30 & 31.