Een film kijken is één ding, een film proeven iets anders. Bij Cinema Culinair volgt je bord de scènes op het doek, en eet je wat de acteurs ook eten, op hetzelfde moment. Journalist Nathalie de Graaf stapte in de gastronomische rollercoaster van de film Chef in de Werkspoorkathedraal.
Met een tafelnummer in de ene hand en een glas in de andere zoeken mijn man en ik naar onze plekjes. De Wasruimte van de Werkspoorkathedraal is omgetoverd tot een sfeervol restaurant slash bioscoop met lange tafels. Bij binnenkomst hebben we een bakje popcorn gekregen en bij de bar de wijn besteld. Grote filmschermen hangen aan weerszijden van de tafels.
Cinema Culinair: what you see is what you eat. Terwijl je naar The Menu, Ratatouille, Chef of Julie & Julia kijkt, eet je dezelfde gerechten als in de film. Op hetzelfde moment, op de seconde nauwkeurig. De prijs voor een ticket is 90 euro, drankjes niet inbegrepen.
Om ons heen neemt iedereen plaats. Het publiek is gemengd: van jong tot oud. Met de mensen naast ons hebben we gelijk een klik. Ook zij zagen dit concept op Instagram voorbijkomen en zijn er voor het eerst.
Tijdens het welkomstpraatje wordt ons duidelijk dat de basis voor Cinema Culinair al gelegd werd in 2008. In een pandje in de Graaf Florisstraat in Rotterdam startte eigenaar Harold Smit een filmclub voor twintig mensen. Het idee: én eten én film kijken. Het was geen succes, er kwam bijna niemand. Dus besloot hij het concept te finetunen: hij schonk dezelfde wijnen als in de film Sideways en op exact hetzelfde moment werd er aan zijn tafel geproost. What you see is what you drink. Dat bleek wél aan te slaan. Zelfs zodanig dat hij in 2013 met zijn vrouw Wies Cinema Culinair begon. Inmiddels zijn er locaties in onder andere Utrecht, Amsterdam, Nijmegen, Antwerpen en Gent.
Terwijl de hoofdrolspeler een stoofpotje met varkensworst eet, doen wij tegelijkertijd hetzelfde
Buikvet en lavacake
Naast ons wordt gelachen. ‘Lastig dat je niet kunt zien wat je eet!’, zegt mijn overbuurman. Aan het uiteinde van de lange tafels hebben obers schaaltjes met de eerste gang neergezet die door de gasten worden doorgeschoven. Als iedereen een schaaltje heeft, is het wachten totdat de aftelklok op het bioscoopscherm aangeeft dat we mogen beginnen met eten.
Terwijl de hoofdrolspeler in de film Chef van andouilleworst eet, een stoofpotje met pittige varkensworst, doen wij tegelijkertijd hetzelfde. Het is inderdaad moeilijk te zien wat er op je bord ligt, omdat het zo donker is. Dat vraagt een zekere overgave, ook omdat ik me van tevoren niet goed in het menu heb verdiept.
De film, Chef, is grappig. Het is een feelgood uit 2014 die draait om chef-kok Carl Caspers, gespeeld door Jon Favreau, die na zijn ontslag bij een restaurant in Los Angeles op zoek is naar een nieuwe baan. Hij gaat naar Miami, bouwt daar samen met zijn beste vriend en zoon een vrachtwagen om tot Cubaanse foodtruck en vindt zo zijn passie voor koken én het leven terug.
Na de varkensworst volgt Koreaanse kip en terwijl we de schaaltjes voor onze neus opstapelen, wordt er buikvet met pompoencrème en koriander geserveerd. Ik moet zeggen: ik vind het veel vlees. Ook omdat er verder geen patatjes of salade wordt geserveerd – dat gebeurt in de film immers ook niet. Dan, als Carl in de film aan een kritische journalist uitlegt wat het verschil is tussen een undercooked cake en een echte lavacake, krijgen wij ook chocolade lavacake. ‘Nu al een toetje?’, vraag ik aan mijn tafelgenoten. Die kijken ook wat verward naar hun bord. De combinatie met het voorgaande vleesgerecht lijkt me niet smakelijk, dus besluit ik deze zoete gang over te slaan.
Foodtruckfenomeen
In de pauze kletsen we gezellig met één van de stellen bij ons aan tafel. Dan is het tijd voor ronde twee. Op het scherm staat chef-kok Carl zijn best te doen op een wereldwijd foodtruckfenomeen: de cubano. Tegelijkertijd krijgen ook wij het geserveerd: een machtige baguette met gemarineerde varkensschouder, spekreepjes, kaas, ham, augurken en mosterd. Stiekem haal ik zoveel mogelijk vlees van mijn broodje. Daarna volgt er weer iets zoets: kleine kussentjes van beignetdeeg gevuld met ananas en geserveerd met room. Het concept what you see is what you eat blijkt een culinaire rollercoaster. Op zich niet gek – niet de logica van een traditioneel diner staat centraal, maar die van de film zelf. Soms pakt dat nogal intens uit. Als ik na de zoete kussentjes een gemarineerde en gerookte runderborst krijg, moet mijn maag echt even schakelen, om het zacht uit te drukken.
Niet de logica van een traditioneel diner staat centraal, maar die van de film
Terwijl we naar huis fietsen, bespreken mijn man en ik de avond. We hebben het enorm naar ons zin gehad, en we hadden het op zich kunnen weten: in een film over een Cubaanse foodtruck wordt vast veel vlees geserveerd. Maar de volgende keer kiezen we voor de vegetarische optie.
Locatie: Werkspoorkathedraal