Wie door social media scrolt, ziet steeds vaker stand-upcomedians die het gesprek aangaan met het publiek. In aanloop naar het Utrecht International Comedy Festival (UICF) dook UITagenda in deze trend.
Een willekeurige woensdagavond bij een comedyshow in Utrecht:
‘Jij!’ De comedian van dienst wijst een man in het publiek aan. ‘Als ik naar jou wijs, zeg je ‘Woop! Woop!’ Begrepen?’ De man knikt instemmend. De vrouw op het podium steekt van wal: ‘Dus, kinderporno.’ Ze wijst naar de man. Met enig hilarisch ongemak zegt die: ‘Woop! Woop!’
Het moment wordt vastgelegd met een camera. Zo heeft de comedian van dienst weer nieuwe beelden om op social media te posten.
Publieksinteractie is snelle dopamine; eigen materiaal heeft meer diepgang
Unieke momenten
Als comedyliefhebber zal het je niet ontgaan zijn: online zie je steeds vaker video’s voorbijkomen van dergelijke gesprekjes met het publiek. Denk aan de Amerikaanse comedian Matt Rife, die zo populair werd door zijn publieksinteracties dat hij nu over heel de wereld optreedt. Of de Nederlandse Kor Hoebe, wiens show uit heel veel interacties met de zaal bestaat. Zijn tour is op het moment van schrijven bijna volledig uitverkocht.
Waarom is deze vorm van comedy zo populair? Voor de Utrechtse stadscomedian Hans Gommer is de verklaring simpel: marketing. ‘Veel comedians promoten zichzelf via social media. Het algoritme waardeert het als je elke dag weer een nieuwe clip erop gooit. Maar door je bedachte grappen te posten, geef je je hele show prijs. Daarom zijn publieksinteracties zo fijn om te plaatsen: gratis promotie en het zijn toch unieke momenten.’
Machtsstrijd
Roos Vervelde, comedian bij het Comedyhuis Utrecht, onderschrijft dat laatste. ‘Elke interactie is natuurlijk anders, want de bezoeker is steeds een andere persoon. Het publiek krijgt zo het gevoel: we zijn samen toeschouwers van iets bijzonders.’
Met de geïmproviseerde grap kan een performer zich onderscheiden, mits die de zaal goed aanvoelt en de toeschouwer het gevoel geeft ‘vrienden’ te zijn. Roos: ‘Er zijn collega’s die denken dat ze bij een publieksinteractie snoeihard kunnen zijn. Maar het publiek heeft een enorme emotionele intelligentie. Als het merkt dat een grap over een kalende man niet gewaardeerd wordt door de persoon zelf, slaat de sfeer dood.’
Emma van Puffelen, eveneens van het Comedyhuis, herkent in een publieksinteractie ook een zekere machtsstrijd. ‘Op een podium neem je een soort alfapositie in: jij zet de toon, jij bepaalt het gesprek.
Als iemand iets roept vanuit het publiek, dan moet de comedian daar iets mee doen. Crowdwork skills zijn daarom essentieel, want je loopt het risico het publiek te verliezen als de interactie niet werkt.’
Op het podium is meer ruimte gekomen voor vriendelijkheid
Maar, vindt Roos, je moet bovenal een beetje zelfspot hebben. ‘Om onderling vertrouwen te scheppen moet je zelf ook een beetje kwetsbaar durven zijn. Pas als je je eigen tekortkomingen hebt laten zien, kun je de anderop de hak nemen.’
Betekent dat dat comedy liever is geworden? ‘Niet per se’, denkt Roos. ‘Maar er is wel meer ruimte gekomen voor een bepaalde vriendelijkheid op het podium, omdat de samenleving daarnaar snakt.’
Snelle dopamine
Emma kan onderonsjes met de zaal wel waarderen, maar geeft de voorkeur aan haar vooraf bedachte grappen. ‘Publieksinteractie is voor ons makers snelle dopamine, een rush. Maar het eigen materiaal heeft meer diepgang: je schrijft, schaaft, herschrijft, totdat je het maximale eruit haalt. Publieksinteracties zijn puur in het moment.’
Het eerste komt het tweede niet altijd ten goede, merkt ze, omdat het lastig is na een grap met de zaal weer terug te keren naar je eigen show. Roos herkent dat. ‘Bij een interactie denken mensen: ik moet nu opletten, er gaat iets gebeuren. Ze zijn alert en moeten er vaak hard om lachen. Daar kom je niet altijd overheen met je vooraf bedachte grappen.’
Ook Roos vindt haar eigen materiaal interessanter. ‘Goed met het publiek zijn is een geweldige vaardigheid en kan een optreden écht verrijken. Maar vergelijk het met schilderijen: het ene is een perfecte representatie van een object; de ander is abstracter, maar artistiek gezien veel betekenisvoller. Zo is dat ook met laagdrempelige publieksinteracties versus de gelaagdheid van eigen materiaal.’
Algoritme
Terug naar de onlinefilmpjes van spontane gesprekjes met de zaal. Helpen die inderdaad om opgepikt te worden door het algoritme? Hans: ‘Zeker als beginner moet je alles zelf doen: promotie, shows regelen, fans krijgen, enzovoorts. Dan helpt het om vaak op de socials te posten. En het plaatsen van geïmproviseerde grappen met het publiek is dus een logische keuze, omdat je daarmee je eigenlijke show niet weggeeft.’
Roos vult aan: ‘Nederlanders zijn van oudsher bekend met cabaret, niet met stand-upcomedy. Het publiek komt pas net met het genre in aanraking, en het wordt steeds populairder. Dat hebben we echt te danken aan de vele video’s van publieksinteracties op Instagram en TikTok.’
25 februari t/m 8 maart 2026, diverse locaties