Op zijn 81ste is Henk Helmantel nog altijd dagelijks aan het werk in zijn atelier in zijn Groningse geboortedorp Westeremden. Daar schildert hij stillevens en klooster- en kerkinterieurs. Inmiddels heeft hij meer dan duizend schilderijen gemaakt, waarvan een deel te zien is in Museum Catharijneconvent.
Helmantel staat bekend om zijn rust uitstralende stillevens en interieurs met het voor hem zo typerende licht. Hoe schoonheid zich uitdrukt in alledaagse dingen, weet hij prachtig over te brengen met olieverf. Hij leeft en werkt vanuit het christelijke geloof, maar maakt nagenoeg geen schilderijen met expliciet religieuze of Bijbelse voorstellingen. Wel verbeelden zijn schilderijen zijn verwondering over de rijkdom van de schepping. Helmantel ziet het als een soort roeping om de pracht en schoonheid van de dingen optimaal tot uitdrukking te brengen in compositie, lichtwerking, kleur en atmosfeer.
Helmantels schilderijen zijn een ode aan de rijkdom van de schepping
Zijn aandachtige blik op de werkelijkheid is het vertrekpunt voor zijn schilderijen. ‘Ik laat mij vooral leiden door mijn eigen waarneming van spullen en interieurs’, vertelt Helmantel. Toch is het hem er niet om te doen dat wat hij ziet zo precies mogelijk na te bootsen. ‘Naarmate het schilderij vordert, is het net alsof de werkelijkheid een beetje minder interessant wordt en het schilderij steeds interessanter, omdat je de dingen als het ware naar je hand zet.’
Vruchten & groenten
De kunstenaar heeft nooit aanleiding gevonden om uit zijn dorp te vertrekken. ‘Als het hier niet gebeurt, dan zou ik niet weten waar het wel moet gebeuren.’ In zijn atelier brengt hij voor zijn stillevens eerst onderwerpen bij elkaar. Dat zijn vaak vruchten en groenten. ‘Als de tijd weer rijp is, word ik onrustig en ga ik de tuin in of naar een groentewinkel of de markt en dan zoek ik vruchten uit die mij interesseren.’ Of hij duikt in zijn verzameling archeologische objecten, waaronder Romeins glas en bronzen, antieke kasten uit China en tafels, schelpen en eeuwenoude alledaagse gebruiksvoorwerpen, zoals kisten, schalen, potten, kannen, kommen, flessen en vazen. De zichtbare sporen van gebruik en de tijd die de materialen dragen, geven de voorwerpen karakter, zegt Helmantel. Daarom vindt hij een sleetse kom interessanter dan een nieuwe.
Het gaat hem niet om de objecten zelf, maar om het samenspel van vormen, kleuren en licht. Welke kleuren passen bij elkaar? Hoe verhouden de voorwerpen zich tot elkaar? Waar valt het licht? Het is zoeken naar goede combinaties, en eventueel schuiven en verplaatsen. Soms is de eerste ingeving gelijk raak, soms moet iets gaandeweg het schilderproces toch net even anders.
Helmantel-rood
Hoewel zijn werk figuratief is, heeft de verdeling van vormen en kleurvlakken volgens Helmantel ook iets abstracts. Zoals de rode kleurvlakken die regelmatig op zijn schilderijen voorkomen – door sommigen ook wel ‘Helmantel-rood’ genoemd. ‘Een rood element trekt de aandacht: daar wordt je eerste blik naartoe getrokken.’
Het gaat hem niet om de objecten zelf, maar om het samenspel van vormen, kleuren en licht
Zijn stillevens worden vaak geassocieerd met die van 17de-eeuwse meesters vanwege de overeenkomsten in schildertechniek, met aandacht voor stofuitdrukking en lichtval. Maar, zegt hij: ‘Die stillevens naast mijn werk, dat is een wereld van verschil in mentaliteit.’ Zo beschikt Helmantel over een eindeloze variatie aan kleuren én schildert hij juist eenvoudige voorwerpen uit het dagelijks leven, waarbij hij streeft naar eenvoud en soberheid, terwijl de pronkstillevens van weleer vooral extravagante voorwerpen weergeven.
Nieuw licht
Na talloze tentoonstellingen in binnen- en buitenland, van de Verenigde Staten tot Indonesië, is zijn werk nu te zien in Museum Catharijneconvent. Voor Henk Helmantel. In een nieuw licht selecteerde hij samen met zijn vrouw werken uit de museumcollectie en hun eigen verzameling kunst en gebruiksvoorwerpen. Ze gingen samen door het depot, bekeken de stukken op zaal en maakten persoonlijke keuzes.
Bijzonder is de ontmoeting tussen zijn schilderijen, zijn verzameling en de middeleeuwse beelden uit de museumcollectie. Zo staat een 15de-eeuwse Getsemane-beeldengroep van het Catharijneconvent naast een vergelijkbare groep uit Helmantels privéverzameling. ‘Het thema (de biddende Christus in de Hof van Olijven, omringd door zijn slapende leerlingen Petrus, Johannes en Jacobus, red.) is hetzelfde, en ze zijn ontroerend en van hoge kwaliteit, maar de uitvoering is heel anders.’ Ook een portretbuste van een jongeman, mogelijk apostel Johannes, uit zijn verzameling krijgt gezelschap van een verwante kop uit de museumcollectie.
Utrechtse kerken
De religieuze inslag van Helmantels werk en verzameling sluit naadloos aan bij Museum Catharijneconvent, een voormalig klooster met een uitgebreide collectie christelijk erfgoed. In de tentoonstelling hangen onder meer stillevens die een duidelijke verbinding hebben met specifieke elementen van het christelijke geloof, zoals het Laatste Avondmaal, de heilige drie-eenheid en boeken die in de liturgie worden gebruikt. En er is een directe verbinding met Utrecht: de kunstenaar maakte maar liefst veertien schilderijen van Utrechtse kerken. Vooral de Pieterskerk heeft een bijzondere plaats in zijn oeuvre.
Ook bij zijn serene kerk- en kloosterinterieurs is de werkelijkheid het beginpunt. Op locatie maakt Helmantel uitvoerige tekeningen, die de basis vormen voor het uiteindelijke schilderij. Het licht hoeft daarbij niet exact overeen te komen met het moment van tekenen. ‘Je kunt accenten leggen: het licht iets versterken of juist een beetje afzwakken.’ Hij maakt dus zijn eigen licht. Zo wordt het een herkenbare Helmantel.
Aandachtig kijken
Wat Helmantel hoopt bij bezoekers teweeg te brengen? ‘Ik hoop dat er sprake is van aandachtig kijken. Dan merk je hoe ongelofelijk rijk de schepping is in al haar diversiteit. Daar raak je nooit op uitgekeken. Je blijft je verwonderen.’ Voor hem is die verwondering iets wezenlijks: ‘Ik denk dat die altijd een plek moet hebben in het menselijk bestaan. Als je het kwijt bent, is er sprake van armoede en dat moet je zien te voorkomen.’ Hoe? Zijn schilderijen en de tentoonstelling in Catharijneconvent gaan je daar in elk geval bij helpen.
t/m 17 januari 2027, Museum Catharijneconvent