Hoe komen kunstenaars in de juiste flow om iets fantastisch te fabriceren? Is het bepaalde muziek? Een speciale werkplek? Of is het pure mazzel als alles gaat stromen? Deze maand: cabaretier, columnist en schrijver Paulien Cornelisse.
‘V oor corona werkte ik altijd in koffietentjes. Ik bracht mijn kind naar school en ging schrijven. Nu doe ik dat thuis op mijn werkkamer. De ochtend is mijn creatiefste tijd. Een heilig moment. Ik zal dus niet zo snel met iemand om tien uur afspreken voor koffie, want daar ga ik mijn creatieve moment niet voor opofferen. Koffiedrinken kun je ook op een niet-creatief moment doen.
Het woord flow gebruik ik zelf trouwens niet. Ik noem het concentratie. Hoe ik in die concentratie kom, verschilt of ik een column schrijf of een cabaretvoorstelling maak. Voor de column voor de Volkskrant heb ik twee mapjes op mijn computer: ‘VK ingeleverd’ en ‘VK stukjes’. In dat laatste mapje zet ik ideeën en beginnetjes. Soms komen die uiteindelijk in een column of op het podium terecht. En soms helemaal nergens. Want niet ieder idee is briljant.
Een goed idee zet ik in gedachten in het halletje van mijn ouders
Voor een cabaretvoorstelling zet ik mijzelf voor het blok. Ik heb dan natuurlijk wel al wat ideeën, die ik in het mapje ‘Nieuwe Voorstelling’ stop, maar het heeft nog geen vorm. Ik spreek af wanneer ik wil gaan try-outen. In de weken voor de try-outs, krijg ik steeds meer ideeën. Alsof een deel van mijn geest weet dat die datum eraan komt. Ik probeer alles gewoon uit. Ik heb bijvoorbeeld eens in een opwelling iets gedaan over een levensmoe koffiezetapparaat. Dat is in de voorstelling Om mij moverende redenen terechtgekomen omdat mensen het heel leuk vonden.
Veel dingen ontstaan bij mij op de fiets. Of als ik lekker dagdroom op het bankje in mijn werkkamer. Of in de kleedkamer, maar dan moet ik me wel thuis voelen. Dus ik doe mijn schoenen uit en drink thee uit mijn eigen thermosfles. Ik heb mezelf getraind om ideeën niet kwijt te raken, dat vind ik namelijk het irritantste wat er is. Ik maak dus veel notities in mijn telefoon. Maar soms zet ik een idee in gedachten in het halletje van mijn ouders. Als ik het dan terug wil vinden, visualiseer ik dat halletje. En daar staat het dan nog. Dat kun je trainen.
Tijdens corona heb ik een noise cancelling koptelefoon gekocht. Als ik aan het schrijven was, zette ik via Spotify het geluid van onweer op. Heel fijn. Je hoorde die regen vallen waardoor het helemaal klopte dat ik in mijn werkkamer zat te schrijven. Maar inmiddels ben ik die koptelefoon kwijt. Geen idee waar die is gebleven.’