Vorig jaar verscheen haar nieuwste plaat Vlijmscherp, nu toert Eefje de Visser door Nederland, België en Duitsland. zeventien jaar na het winnen van de Grote Prijs van Nederland zit de zangeres en songwriter nog steeds vol energie om zichzelf te blijven vernieuwen.
Mijn teksten zijn vrij donker, maar live is het altijd een feestje
Ze is net terug van een optreden in Londen, onderdeel van de tour van het elektronische muziekduo Weval, met wie ze de track Never Stay For Love maakte. ‘Hun muziek is écht dance. Nu kriebelt het om ook eigen shows in Londen te geven,’ zegt ze enthousiast. ‘Werd ik vroeger zelfbewust en krampachtig als er een zaal vol mensen naar me keek, tegenwoordig vind ik het een groot plezier om te performen en dansen voor publiek. Mijn teksten zijn vrij donker, maar live is het altijd een feestje en er is er onderlinge verbinding.’
Je woont inmiddels al een aantal jaar in Gent met je gezin. Mis je Nederland nog weleens?
‘Jazeker, ik houd nog altijd veel van Nederland, maar ik heb het in België ook goed. Hier kan ik meer een verlegen en stil mens zijn, waar ik in Nederland altijd het gevoel heb dat je je over alles moet uitspreken. Ik houd van de Bourgondische levensstijl, Belgen zijn minder individualistisch en het is er relaxter. Ze hebben daar zelfs een lieve uitdrukking voor: “doe maar op je gemak”. Maar Nederlanders zijn opener en duidelijker in hun communicatie, dat mis ik soms.’
Heb je in je carrière een moment gehad waarop je het even niet meer wist?
‘Na mijn derde plaat, Nachtlicht, had ik het gevoel dat ik tegen het plafond aanzat. Mijn publiek groeide niet en er veranderde weinig. Om niet te blijven hangen in dezelfde songwritermaniertjes, besloot ik er even uit te gaan en na te denken over welke richting ik op wilde. Ik veranderde mijn sound en begon met choreografie, mijn shows werden visueler. Dat maakte dat ik ineens werd gezien. Het is fijn dat ik nu ook in België grote stappen zet en hier veel wordt gedraaid.’
In oktober vorig jaar verscheen je plaat Vlijmscherp. Vanwaar deze titel?
‘Het is het vervolg op Heimwee, een gevoelig en nostalgisch woord. Vlijmscherp is in klank elektronischer dan het vorige album en ik vond het tof als ook de titel meer een contrast zou zijn. Ook hou ik ervan dat het niet eenduidig is.’
Ook in je teksten ben je niet eenduidig. En je schrijft je nummers altijd eerst in het Engels.
‘Ja, dan kan ik makkelijker improviseren. Nederlands is zo’n directe taal, het is dan moeilijk om subtiel te zijn – het klinkt al snel over-emotioneel. In het Engels is het romantischer en kun je gevoeliger zijn, zonder dat het er te dik bovenop ligt. Toch kies ik uiteindelijk voor Nederlands omdat ik me in het Engels te beperkt voel, ik sneller in clichés verval en minder goed aanvoel welke woordspelingen werken. Maar het aller-aller-belangrijkste is voor mij dat de melodieën mooi zijn, dan pas komt de tekst. Ik ben geen artiest geworden om teksten te kunnen schrijven maar vanwege de muziek zelf, omdat ik daar een warm en verliefd gevoel van krijg.’
Wat is de rode draad van Vlijmscherp?
‘Het gaat altijd over mijn worstelingen, waar ik in het gewone leven niet makkelijk over praat. Mijn nieuwe plaat gaat over menselijke relaties en het zoeken naar verbinding, en het contrast tussen afstandelijkheid en nabijheid. Ik ben altijd aan het zoeken tussen verbinding met anderen versus vrijheid en individualiteit, dat is denk ik universeel. Het is een opluchting om mijn gevoelens daarover te kunnen opschrijven. Als ik voor een nummer eenmaal een paar woorden heb, volgt de rest van de tekst vanzelf. Het schrijven is voor mij een manier om met het leven en relaties om te gaan. Ik houd het verder algemeen omdat het anders al snel te gekunsteld voelt en ik wil dat de interpretatie openblijft. Voor anderen, maar ook voor mezelf kan een liedje van betekenis veranderen.’
Liedjes schrijven is ook een manier om herinneringen vast te houden
In je nieuwe nummers zitten veel natuurmetaforen.
‘Dat is iets uit mijn jeugd, ik ben opgegroeid in de polder. Ik houd van de herfst en ga graag naar het bos. Die metaforen gebruik ik in mijn teksten vooral omdat het mooi filmisch is en heel vrij voelt. Vaak is schrijven ook een manier om herinneringen vast te houden. In Blindelings gaat het over witte en zwarte zwanen die elkaar warmhouden, vanwege de intimiteit en schoonheid daarvan. Dat beeld van zwanen die tegen elkaar aanliggen, gebruik ik als metafoor voor een droomtoestand, waarin je even uit de realiteit bent. Dat is tekenend voor de hele plaat. Ik houd ook van Blindelings omdat het iets hoopvols heeft, dat hoor ik niet vaak terug in mijn songs. Er zit nog steeds melancholie in mijn nummers, maar er is wel meer lichtheid, vooral in de melodieën.’
Net Na De Val gaat over je dierbaren, zo zing je over je zoontje Pablo.
‘Ja, dat nummer is me dierbaar. Toen ik het schreef, ging ik privé door een moeilijke periode en moest ik mijzelf herpakken. Pablo’s geboorte betekende een ommekeer voor mij. Het plaatste veel dingen in perspectief. Ik vind de onschuld van een kind heel mooi en hoe je een stuk van jezelf opzij moet zetten en je eigen sores er minder toe doen.’
Hoe vind je het om bijna veertig te zijn?
‘De hoeveelheid stress is sterk verminderd. Ik was een heel onrustig persoontje, met een hoge ademhaling, veel zorgen en piekeren. Nu heb ik meer vertrouwen en kan ik beter relativeren. Dat is deels levenservaring, maar ook het feit dat ik gesetteld ben, dat ik mijn werk kan doen zoals ik het wil en ik een goed team heb dat me steunt. Vroeger voelde ik me omvergeduwd als iemand anders iets anders wilde, nu weet ik dat ik ook op mezelf kan vertrouwen.’
Je hebt tien jaar in Utrecht gewoond. Voelt het extra speciaal om straks in TivoliVredenburg te staan?
‘Het voelt altijd heel vertrouwd om terug te komen, alsof ik een oude jas aantrek. Het publiek is heel betrokken en dedicated. In Utrecht verkoop ik nog altijd de meeste kaarten. De Grote Zaal doet ook veel, het is zo’n mooie plek, hè. Vroeger liep ik daar al rond met mijn vader, die koorarrangementen maakte voor vijftienhonderd man. Dat maakt het extra grappig om hier nu zelf shows te geven. Wie had dat gedacht?’
20 februari 2026, TivoliVredenburg