In Als vader vechten is verweeft theatermaker Hendrik de Pecker zijn eigen jeugd met de Griekse mythe van de zoon van Odysseus. Wat begon als een bewerking van een klassieke mythe, groeide uit tot een persoonlijk verhaal over een afwezige vader, verlies en de zoektocht naar mannelijkheid.
Hendrik de Pecker groeide op met een vader die door ziekte afwezig was en uiteindelijk overleed toen Hendrik twintig was. Maar toen hij voor het Utrechtse theatergezelschap Het NUT Als vader vechten is schreef, over Telemachus, de zoon van Odysseus, was het in eerste instantie niet zijn bedoeling om zijn eigen verhaal te vertellen. Het waren de regisseur en acteurs die het persoonlijke aspect juist interessant vonden. Zo ontstond tijdens het maakproces een voorstelling waarin de jeugd van Hendrik en de mythe van Telemachus door elkaar heen lopen.
Waarom koos je ervoor om dit verhaal door een klassieke Griekse held als Telemachus te vertellen?
‘In de oorspronkelijke Odyssee is Telemachus eigenlijk een heel ondergeschikt personage. Hij is meer een vertelmechanisme in dienst van het verhaal over zijn vader. Zijn naam betekent letterlijk “vechter op afstand”, maar hij mag niet vechten. Odysseus laat hem achter om het huis en zijn moeder te beschermen. Als zijn vader na jaren eindelijk terugkomt, vermoorden ze samen 118 mensen. Dat is nogal wat. Als je je probeert te verplaatsen in de verhouding van Telemachus tot zijn vader, is dat best fucked up. Hij krijgt eigenlijk niet de ruimte om zelf zijn eigen mannelijkheid vorm te geven. Dat vonden wij interessant: wat betekent het om op te groeien in de schaduw van iemand anders en vervolgens zelf te moeten bepalen wie je bent? Hoe geef je dat zelf vorm? Ik ben ook opgegroeid met een afwezige vader en ben in mijn werk al eerder begonnen aan het thema vaderschap. Het thema mannelijkheid speelt daarin een grote rol.’
Welk deel van het stuk is autobiografisch?
‘Het gaat over opgroeien met een ziekte in de familie, het constante verlies van zijn vader en de manieren waarop je daarmee leert omgaan. Die manieren kunnen je later ook in de weg zitten. We proberen het documentaire verhaal op een mythische manier te vertellen, met veel tijdsprongen en wisselingen van ruimte. Verlies is voor mij niet anekdotisch. Het is niet alleen een gebeurtenis, zoals iemand die overlijdt. Verlies is iets constants. Het blijft aanwezig. Het zit bijvoorbeeld ook in hoe je niet met je moeder tot een gesprek over je vader kunt komen.’
De film The Odyssey kreeg veel aandacht. Had dat invloed op jullie voorstelling?
‘We zijn de film allemaal gaan kijken en hebben er veel gesprekken over gehad, dus we hebben er wel inspiratie uit gehaald. Maar de keuze voor Telemachus was er al. Juist het perspectief van Telemachus, dat in The Odyssey minder centraal staat, vinden wij interessant. We proberen hem meer centraal te stellen en te kijken naar wat het betekent om de zoon te zijn van zo’n grote held.’
Je mag verward zijn, kwetsbaar zijn en zoeken. Daar is niks ergs aan
Hoe herken je jezelf in Telemachus?
‘Een ziekte, verlies of afwezige vader is iets anders dan een vader die een stad belegert en een hele bevolking uitmoordt. Maar de overeenkomst is dat je opgroeit met iets groters op de achtergrond dat bepaalt wie je bent. Dat is volgens mij een vrij universele worsteling. Ik heb zelf gezocht naar vaderfiguren bij anderen. Bijvoorbeeld bij trainers en docenten. Pas op latere leeftijd leer je dat wie je bent niet alleen wordt bepaald door de mensen met wie je je omringt, maar ook door de persoon die je kiest om te zijn. Daarin kun je ook kiezen om kwetsbaar te zijn, terwijl je heftige dingen hebt meegemaakt. Dat is een moeilijke, maar belangrijke keuze.’
Wat hoop je dat mensen uit de voorstelling meenemen?
‘Dat je radicaal mag twijfelen. Je hoeft het niet precies te weten. Je mag verward zijn, je mag kwetsbaar zijn, je mag zoeken. Daar is niks ergs aan. Ik denk dat we allemaal iets missen, hoe groot of klein dat ook is. Ik wil mensen vooral het gevoel geven dat we ook in ons gemis verbonden zijn. Niet: kijk, hoe zielig of treurig, maar juist: kijk, we hebben dit allemaal. Dat maakt ons mens en dat is eigenlijk best mooi.’
14 oktober t/m 1 november 2026, De Paardenkathedraal