Veel gebouwen in Utrecht hebben een verhaal. Waarvan zijn ze in de voorbije jaren of zelfs eeuwen getuige geweest? Willemijn Roodbol en Feya Hijl zoeken het voor je uit. Deze maand: de Incassobank.
Misschien ben je er al ontelbare keren langs gefietst, maar heb je nooit echt goed naar dit gebouw gekeken. Onterecht, want de voormalige Incassobank aan de Nobelstraat is bijzonder. Het was een van de eerste gebouwen in Utrecht in de Amsterdamse School-stijl, die zich kenmerkt door het gebruik van baksteen, expressieve vormen en versierde gevels. Een echt Amsterdamse School-icoon is de bibliotheek op de Neude.
De Incassobank werd in 1920 ontworpen door Jan Baanders. Een architect die een grote rol speelde in het ontwikkelen van deze bouwstijl. Hij maakte het pand aan de Nobelstraat van verschillende soorten baksteen en decoreerde het met ornamenten van siersmeedwerk, zoals de bijzondere brievenbusgleuf, de lamp boven de ingang en het ornament ‘IB’ (Incassobank) aan de gevel. Opvallend zijn de horizontale lijnen in het baksteen en de smalle, hoge ramen. Dit metselwerk komt ook terug in het interieur, zoals in het bakstenen trappenhuis. De ingang van het gebouw is in de toren. Het is een kleine deur voor zo’n groot gebouw, waardoor de bank een veilige, wat afgesloten indruk maakt.
Het gebouw maakt een veilige, wat afgesloten indruk
Bijzonder is het kunstwerk aan de zijkant, op de hoek Keizerstraat: een adelaar met haar jongen in een nest van slangen, gemaakt door beeldhouwer Hildo Krop. Het beeld is ter plekke in het baksteen gehakt en vormt zo een geheel met het gebouw. Hildo Krop was een socialist en had het niet zo met het kapitalisme. Vandaar een roofvogel en slangen op een bankgebouw? Of zou hij bedoelen dat de bank de moedervogel is en haar jongen beschermt, zoals een bank je geld beschermt?
Na vijftig jaar dienst te hebben gedaan als bank, werd het pand als feestzaal in gebruik genomen door café Zeezicht – later Florin. Toen is helaas veel van de oorspronkelijke inrichting verloren gegaan, zoals de loketten, maar ook de ‘diefijzers’: de karakteristieke tralies voor de onderste ramen. De originele gemetselde bank waarop de klanten hun beurt afwachtten, is er nog wel. In de wachtruimte leidt een gedraaide stenen trap naar de kelder waar de bankkluis nog steeds intact is.
De eerste verdieping werd gebruikt als kantoor en op de bovenste verdieping was de beheerderswoning voor de conciërge en zijn gezin. In 2011 werd het een rijksmonument en sinds 2013 is het een kantoorgebouw waar de medewerkers lunchen in de voormalige kluis. De deuren zijn helaas dicht voor publiek.