Lievelingsplek

Schrijfplek: Springhaver, lievelingsplek van Pim Lammers

 Markante Utrechters over hun favoriete locatie in de stad. Deze maand schrijver Pim Lammers (1993), de jongste Zilveren Griffel-winnaar ooit met zijn debuut Het lammetje dat een varken is (2017), over theatercafé Springhaver.

Café Springhaver dus?
‘Het is een heel fijne plek om te werken. En daarna trakteer mezelf op een film in het bijbehorende theater. Ook als het schrijven niet zo wil lukken, want dan kan een film me inspireren. Ik heb in Springhaver onder meer gedichten geredigeerd voor mijn bundel Ben je vergeten dat er babygeitjes bestaan?. Die gaan vooral over de liefde, waarvan de wereld momenteel wel wat meer kan gebruiken.’

Guilty pleasure?
‘Kaasfonduen bij Kartoffel, een restaurant tegenover de Winkel van Sinkel. Het ziet er heel Duits uit, met veel hout, lange tafels, het personeel in blokjesblouses en de drank in grote pullen. Mensen moeten er wel om lachen dat ik daar vaak heenga, vrienden willen daarom niet altijd meer mee. Maar de sfeer is er goed en de kaasfondue heerlijk. Daar drink ik dan een halve liter cola of ice tea bij, ook guilty pleasures. En tot slot neem ik een heerlijke apfelstrudel met warme vanillesaus.’

Na het werken trakteer ik mezelf op een film

Mooiste herinnering?
‘Toen ik als 17-jarige met de trein vanuit Friesland, waar ik ben opgegroeid, voor het eerst naar Utrecht ging om er een PANNfeest voor lhbtqi+-mensen te bezoeken. Ik weet nog goed dat ik er binnenkwam en me meteen thuis voelde – overal waren queerjongeren aan het dansen. Dat kende ik helemaal niet. In Oosterwolde was ik ‘the only queer in the village’, de enige die uit de kast was gekomen. Dat was erg eenzaam, terwijl ze op dat feest met z’n honderden op de dansvloer stonden en zichzelf mochten vieren. Vanaf toen ging ik er elke maand naar het PANN-feest, waarvan de organisatie al in 1969 is opgericht om ontmoetingsplekken voor homojongeren te creëren. Utrecht heeft sowieso een belangrijke rol gespeeld in de queergeschiedenis van Nederland. Met dank aan mensen als de Utrechtse kunstenaar Dirkje Kuik, een van de eerste publieke transgendervrouwen.’

Tot tranen geroerd?
‘Tijdens de eerste keer op de Utrecht Pride in 2018. Ik woonde inmiddels in Utrecht en herinner me vooral de boot met middelbare scholieren nog goed. Voorop stond een jongen van een jaar of 14 met veel make-up op te dansen en te genieten. Daarmee liet hij zien dat hij helemaal zichzelf mocht zijn – een heel belangrijke boodschap. Was het maar altijd Pride, dacht ik toen. Toegejuicht worden in plaats van gepest en uitgescholden. Dat gun je iemand elke dag.’

Lekkerste eten?

‘Bij Indiaas restaurant Taamaraa, dat sinds een jaar aan Achter Clarenburg zit. In januari was ik een maand in de Indiase stad Bangalore voor een schrijversresidentie. Ik had daar een heel fijne tijd met andere schrijvers, en genoot er van het heerlijke eten. In Taamaraa had ik weer even het gevoel daar terug te zijn. Bestel er een van hun curry’s en de mangotaart na, en je zult blij zijn.’

Inspirerende Utrechter?
‘Historica Jessica van Geel. Ze is auteur van Een steen op mijn bureau, over in verzet gaan tegen rechts-extremisme. Een zwaar onderwerp, maar toch is het boek bemoedigend en hoopgevend. Hoewel ze zichzelf aanvankelijk niet als een activist zag, besluit ze door wat er nu gebeurt in de wereld tóch achter haar bureau vandaan te komen. Dat persoonlijke verhaal werkt inspirerend.’

Laatst bezochte concert?
‘Dat van Maria Mena in TivoliVredenburg. Deze Noorse popzangeres hielp mij in mijn puberteit door verschillende periodes van liefdesverdriet. Ze staat vooral bekend om haar break-up-songs, heel kwetsbare nummers, die droevig maar mooi zijn. En zoals ze zingt, is ze ook op het podium: heel open, met tussen de nummers door persoonlijke verhalen. Daardoor komt ze echt bij me binnen.’

 

 

Mis niks!
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! 👇

Meld je aan voor de Uitmail, Kidsmail of Festivalmail.

Aanmelden voor de nieuwsbrief