Veel gebouwen in Utrecht hebben een verhaal. Waarvan zijn ze in de voorbije jaren of zelfs eeuwen getuige geweest? Willemijn Roodbol en Feya Hijl zoeken het voor je uit. Deze maand: Tivoli Oudegracht.
Hoe het eraan toeging in middeleeuws Utrecht is tegenwoordig moeilijk voor te stellen, maar er zijn nog steeds sporen zichtbaar. Wist je bijvoorbeeld dat Tivoli aan de Oudegracht, waar je vroeger naar legendarische concerten ging, ooit een klooster was? Het werd in 1248 opgericht door de orde van de Zakbroeders, bedelmonniken wiens leven om boetedoening draaide. Anders dan andere monniken waren zij actief in het sociale leven en deden ze maatschappelijk werk in de stad.
Waar ooit monniken hun goddelijk werk deden, trad later Nirvana op.
Het Regulierenklooster beschikte over een grote kerk en meerdere bijgebouwen. Het terrein liep van de Oudegracht tot aan de Springweg. Na de Reformatie, in 1582, verlieten de monniken het complex en deed het achtereenvolgens dienst als burgerweeshuis en vakbondshuis van de Nederlandsche Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel (het “N.V.-huis”). De kerk en bijgebouwen zijn gesloopt en in 1925 is er een theater-/bioscoopzaal gebouwd. Uiteindelijk kwam het pand leeg te staan en werd het in 1979 gekraakt door Utrechtse punkers – een dichtgemetselde deur (of twee) hield hen niet tegen. Gewapend met een sloophamer transformeerden zij Oudegracht 245 tot poppodium Tivoli Oudegracht. Het groeide uit tot een van de belangrijkste popzalen van het land, waar artiesten zoals Red Hot Chili Peppers en Prince optraden. Maar langzamerhand werd de zaal te klein en de ambities te groot. Er kwam een fusie met Muziekcentrum Vredenburg en in 2014 vond de verhuizing naar het nieuwe TivoliVredenburg plaats. Waar de trailers en tourbussen wél makkelijk kunnen stoppen, meerdere zalen zijn en een betere akoestiek.
Na onderdak te hebben geboden aan creatieve ondernemers, waaronder Colin Benders’ Kytopia, is het pand aan de Oudegracht sinds vorig jaar in gebruik als hotel, restaurant en café. De oorspronkelijke kloostergang is teruggebracht en geeft toegang tot de diverse ruimtes. In vier ‘vensters’ met elk een eigen tijdvak wordt het verleden van het gebouw aan je uitgelegd aan de hand van foto’s, video’s en illustraties.
De hotelkamers zijn op de eerste en tweede etage. De begane grond is opgedeeld in een koffiebar aan de voorkant (met zithoek met koptelefoons waar je plaatjes kan draaien) en het restaurant daarachter. Je kunt lunchen en dineren in de voormalige kloostertuin onder een glazen dak of in de oorspronkelijke concertzaal. Op het podium waar ooit Pearl Jam en Nirvana stonden, kun je nu aanschuiven aan een gedekte tafel.