Als je nadenkt, voer je dan een gesprek met jezelf? En wat hoor je dan? Taalwetenschapper Stef Spronck doet onderzoek naar innerlijke spraak. Hij vertelt erover tijdens De Grote Taalshow.
Vormen van taal die niet gaan over praten tegen een ander, aanwezig mens.’ Zo omschrijft taalwetenschapper Stef Spronck (UvA) zijn onderzoeksgebied. Eerder deed hij onderzoek in Australië. ‘Aboriginals praten ook tegen bomen en dieren.’ Nu houdt hij zich bezig met innerlijke spraak: taal die je voor jezelf gebruikt. ‘Er zit wel een beetje een stigma op. Als je in jezelf praat, vinden mensen dat vaak raar.’
Hoe spreek jij innerlijk?
‘Ik praat in mezelf als ik aan het schrijven ben. Als ik ergens op de trein sta te wachten, komt er regelmatig ineens een gesprek terug in mijn hoofd dat ik eerder die dag heb gevoerd. Dan voer ik een innerlijke dialoog. En als ik een lezing voorbereid, dan praat ik hardop tegen mezelf.’
Waarom heb je zo’n innerlijke stem?
‘Omdat je taal altijd innerlijk moet oefenen en omdat je taal ook gebruikt om grip te houden op jezelf en op wereld. Hardop spreken is het topje van de ijsberg, maar daaronder liggen veel vormen van taalgebruik die we eigenlijk nooit zien.’
Mensen die stotteren zeggen vaak dat hun innerlijke stem dat nooit doet
Hoe klinkt jouw innerlijke stem?
‘Als mijn eigen stem. Ik hoor niet meerdere stemmen. Hij is vrij abstract. Ook als ik anderen hoor vertellen over hun innerlijke stem, zeggen ze meestal dat die een beetje overeenkomt met hun echte stem, maar dan meer een wat algemenere versie. Niet de letterlijke stem die ze gebruiken als ze tegen anderen praten. Mensen die stotteren zeggen vaak dat hun innerlijke stem dat nooit doet.’
Staat ‘ie uit als je slaapt?
‘Ik kan ‘m niet echt uitzetten. Maar ik ervaar wel verschillende vormen. Soms is hij wat taliger, dan hoor ik echt taalflarden, zoals zinnen. Soms hoor ik alleen maar wat losse woorden. Soms gaat taal over in beelden.’
Is het dan nog wel innerlijke spraak?
‘Dat is sowieso heel erg lastig te meten. Het is één doorgaand proces waarbij je niet kunt zeggen: nu zijn het alleen maar woorden en nu zijn het beelden. Op MRI-scans zie je dat bij innerlijk taalgebruik precies dezelfde hersengebieden gebruikt worden als bij hardop spreken tegen een ander. Het is wel een sterke aanwijzing dat je hetzelfde aan het doen bent. Maar fMRI valt onder neurologisch onderzoek. Als taalwetenschapper kijk ik meer naar hoe mensen taal gebruiken in een innerlijk gesprek en hoe ze dat omschrijven, in het Nederlands en in andere talen. Woorden die zowel “zeggen” als “denken” betekenen, vinden we over heel de wereld. Dat lijkt erop te duiden dat mensen denken overal zien als een vorm van innerlijk spreken. Als je zegt “So I was like, go away!” houd je ook in het midden of je het hebt gezegd of gedacht. Of neem een zin als: dat schilderij spreekt mij echt aan. Het schilderij praat niet tegen je. Je voert een gesprek met jezelf.’
Hoe denken mensen die niet zo’n stem hebben?
‘Er zijn inderdaad mensen die ervaren dat ze weinig innerlijke spraak hebben. Deze mensen zeggen ook vaak over zichzelf dat ze een opvallend goed geheugen hebben. Het lijkt erop dat ze alternatieve strategieën hebben om dezelfde taken uit te voeren die andere mensen met innerlijke spraak doen. Misschien krijgen zij informatie veel directer in hun geheugen dan door het creëren van herinneringen via taalgebruik, wat een functie is van innerlijke spraak. Bij een techniek als snellezen, waarbij je dus niet elk woord eventjes innerlijk hoort, lees je dus veel sneller. Lezen is een voorbeeld van iets waarbij de innerlijke stem misschien soms in de weg zit. Maar de innerlijke stem heeft vooral veel voordelen. Als je tegen jezelf zegt “Wat vind ik van wat er net tegen me gezegd is? Hoe ga ik daarop reageren?” is dat een goede manier om sociaal over je wereld na te denken en zo een mening te vormen.’
Er zijn ook mensen die veel last hebben van hun innerlijke stem. Wat kunnen zij doen?
‘Sommige mensen horen een externe stem waar ze geen controle over hebben. Die zegt dan bijvoorbeeld iets als “je bent helemaal niets waard.” Een beproefde methode is tegen zo’n stem terug te praten, bijvoorbeeld: “Dat zeg jij wel, maar dat vind ik helemaal niet.” Zo krijg je langzaam meer controle over zo’n stem. Maar dit is meer een onderwerp voor de psychopathologie, het gaat hier over mentale stoornissen. Mijn onderzoek gaat over mensen die profijt hebben van hun innerlijke stem, om daarmee zaken op een rijtje te krijgen.’
De Grote Taalshow, 16 maart 2026 in TivoliVredenburg