Ze werken beiden met textiel, brengen oude ambachten en verhalen tot leven, maar geven die elk een eigen draai. Ibtissam Feger en Nadia el Barnoussi presenteren hun werk deze maand bij RAUM.
‘Ik ben heel nieuwsgierig.’ Zo beginnen zowel Ibtissam Feger als Nadia el Barnoussi hun verhaal. Ze delen een Marokkaans-Nederlandse achtergrond, een diepe verbondenheid met hun oma’s en een zoektocht naar de betekenis van traditie in het hier en nu. Ruim een jaar geleden begonnen ze als artists-in-residence in het Makershuis van RAUM. Studio Yumna – die zich richt zich op het behoud en de zichtbaarheid van cultureel erfgoed – cureerde Nadia en Ibtissam voor RAUM om met de borduurtraditie Tarz aan de slag te gaan. Als zogenoemde ‘Powerhouses’ kregen ze de ruimte om zich verder te ontwikkelen: Ibtissam in borduurwerk, Nadia in mode en textiel. Op 25 april tonen ze tijdens RAUM’s openingsfestival wat ze hebben bereikt.
Ibtissam Feger:
In mijn werk blijven de kleuren niet binnen de lijntjes. Ik schuif continu
‘Wie ik ben?’ vraagt Ibtissam. ‘Ik ben moeder en leerkracht in Amsterdam. Mijn vader was ook leerkracht, mijn moeder werkte als schoonmaakster en had een achtergrond in de mode. Het vocale heb ik van mijn vader, het gevoel van mijn moeder. Ik ben een vrager, ik observeer graag en ik ben snel. Mijn vrienden zeggen vaak: je hebt altijd je woordje klaar.
Ibtissams pad naar het kunstenaarschap kende omwegen. Iets in haar wilde altijd máken, maar lange tijd deed ze daar weinig mee. Ze volgde een opleiding Social Work en werkte als officemanager bij een ontwerpstudio. ‘Ik weet nog dat ik dacht: ik zit zo aan het verkeerde bureau.’ Tijdens een art fair in Marrakech kwam de omslag. ‘Toen voelde ik: deze maakhonger moet gestild worden.’ Ze waagde de sprong. ‘Ik dacht: als ik faal, dan faal ik. Maar dan heb ik het tenminste geprobeerd.’
In het Makershuis werkt Ibtissam met Tarz Fessi en onderzoekt ze de symboliek erachter. Tarz Fessi is een borduurtraditie uit Fes die in de Marokkaanse cultuur op belangrijke levensmomenten terugkomt, zoals geboortes en huwelijken. Haar oma, die zij omschrijft als haar ‘alles’, beoefende dit ambacht. Toen Ibtissam trouwde, kreeg ze een door haar oma geborduurde beddensprei. ‘Ik heb uren gekeken hoe die draad loopt.’ Het borduurwerk vraagt veel tijd en geduld en wordt daarom steeds vaker machinaal gemaakt. Daarmee dreigt de traditie te verdwijnen. ‘Als wij het niet doorgeven, eindigt het verhaal,’ zegt Ibtissam. Daarom leert ze het ambacht, om het op haar eigen manier levend te houden.
Haar maakproces begint met woorden. Gedachten en herinneringen vinden hun weg naar papier, nu eens als gedicht, dan weer als spoken word. Daaruit ontstaan de beelden die ze later borduurt, zoals portretten van Marokkaanse vrouwen met gezichtstatoeages; vrouwen die doen denken aan haar oma.
Traditioneel wordt Tarz Fessi binnen de patronen ingekleurd, met heldere kleuren en zwarte lijnen, maar Ibtissam doet het anders. Zij zoekt bewust de ruimte daarbuiten. ‘In mijn werk blijven de kleuren niet binnen de lijntjes. Ik schuif continu.’ Het past bij hoe zij zichzelf ziet: bewegend tussen haar beide werelden. ‘Ik krijg vaak de vraag: voel je je Nederlands of Marokkaans? Maar ik hoef niet te kiezen, want ik ben allebei.’ Het heeft lang geduurd voordat ze zo kon denken. Een belangrijk moment was haar ontdekking dat Escher zich liet inspireren door islamitische kunst. ‘Dat betekende voor mij: hij waardeerde waar ik vandaan kom.’
Nadia el Barnoussi:
Niets blijft vlak; het mag echt gezien worden
‘Ik ben een Amazigh verhalenverteller,’ zegt Nadia. ‘Ik vertaal de tradities en verhalen van mijn ouders en grootouders naar textiel’ In haar werk komen weven, breien, borduren en fotografie samen. ‘In felle kleuren. Niets blijft vlak; het mag echt gezien worden.’ Ze studeerde Mode aan de HKU, is docent Beeldende Kunst in Utrecht en volgt een master Kunsteducatie. Daarnaast geeft ze workshops mode en textiel, is ze gastprogrammeur bij Cultuur19 en runt ze een rijschool.
Aan de HKU miste ze representatie. ‘Er zat geen docent van kleur, dus de feedback paste soms niet bij het verhaal dat ik wilde vertellen.’ De kennis over kunst uit andere delen van de wereld bleek beperkt, merkte ze. Als ze vastliep of inspiratie zocht, kreeg ze vaak het advies om ‘in Noord-Afrika naar voorbeelden te zoeken’.
Waar Ibtissam eerst schrijft en daarna maakt, begint Nadia juist met maken. Om het verhaal te laten landen, sluit ze af met spoken word. Zo rondde ze haar studie aan de HKU af met de kledingcollectie Sabr, met daarbij een spoken word over het leven tussen twee werelden en hoe die in haar werk samenkomen. Die werkwijze past bij haar, want ze legt haar werk liever niet teveel uit. ‘De tekst moet een statement zijn. Hier heb je het, lees het maar en denk erover na.’
In haar workshops mode en textiel laat ze deelnemers nadenken over wat ‘thuis’ voor hen betekent, en welke symbolen belangrijk voor hen zijn. De Amazigh-symboliek, terugkerend in Nadia’s werk, staat daarin centraal als inspiratie. De verhalen van deelnemers over thuis gaan ook over haar eigen geschiedenis. Over haar familie. Over haar oma, die ze omschrijft als haar ‘alles, alles, alles’. Haar oma beschouwde haar eigen nijverheid niet als kunst – voor haar was het gewoon traditie. Juist daarom gaat Nadia’s werk over het zichtbaar maken van de generatie van haar ouders en grootouders. Een generatie die naar Nederland kwam en hier hielp het land op te bouwen, maar van wie de geschiedenis langzaam naar de achtergrond verdwijnt. Die verhalen wil ze doorgeven. ‘Als wij het niet doen, wie dan?’
Openingsfestival RAUM
De presentaties van Ibtissam en Nadia maken deel uit van de seizoensopening van RAUM. Kom ontmoeten, kijken, creëren, dansen en spelen. Schuif aan bij de lunchtafel, bewonder exposities, struin langs kraampjes, doe de dansworkshop of sluit je aan bij de hondenclub. Ook de deuren van de Pleinotheek, onze met speelgoed gevulde buurtuitleen, gaat open.
25 april 2026, RAUM Berlijnplein