Onder de Neude liggen schatten die iets vertellen over het Utrechtse verleden. Vaak zijn ze bewaard gebleven in een beerput. Stadsarcheoloog Gerben Beeuwkes: ‘Het was niet alleen ontlasting wat daarin belandde, maar ook gebroken servies en afgedankte kleding. En soms verloor iemand weleens een ring.’
De bodem van de stad bevat vaak duizenden jaren tastbare geschiedenis. Maar op plekken waar mogelijk archeologische resten liggen, mag je niet zomaar de grond in. Dus toen café Le Journal aan de Neude een vergunning kreeg voor onder meer de bouw van ondergrondse ruimtes, was dat dé kans voor de afdeling Erfgoed van de gemeente Utrecht. Als stadsarcheoloog kan Gerben Beeuwkes zijn geluk niet op. ‘We graven diep op een plek met veel geschiedenis. Dit is een goudmijn!’
De bodem van de stad bevat duizenden jaren tastbare geschiedenis
Hoe diep graven jullie en hoe ver gaan jullie daarmee terug in de tijd?
‘In de regel gaan wij zo diep als noodzakelijk is voor de bouwplannen. Omdat hier binnenkort ondergrondse ruimtes worden gebouwd gaan we ruim drie meter onder het maaiveld ontgraven. We verwachten op grondlagen terecht te komen die dateren tussen de zevende en negende eeuw.’
Wat jullie vinden is straks verdwenen als er een nieuwe kelder is?
‘Ja, maar we brengen alles precies in kaart. We maken 3D-modellen met behulp van GPS, dronebeelden en de foto’s die we vanuit verschillende hoeken maken van alles wat we vinden.’
Wat hebben jullie tot nu toe ontdekt?
‘Al zes beerputten waar vroeger uitwerpselen in werden opgevangen en een veertiende- of vijftiende-eeuwse kelder. We zitten waarschijnlijk in één of twee middeleeuwse woonhuizen. We vinden veel muren en rioleringen uit de veertiende tot en met de achttiende eeuw, maar ook aardewerk, botten en muntjes. We hebben een zandstenen beeldje gevonden van een leeuw, dat mogelijk op een gevel heeft gestaan. Ook hebben we Delftsblauwe tegeltjes gevonden uit de zeventiende eeuw en een baardtangetje uit misschien wel de zevende eeuw. Maar we zitten nu nog in de bovenste laag, de echte vondsten komen nog. We zijn heel benieuwd wat er in ligt.’
In beerputten vinden jullie vaak veel voorwerpen. Hoe komt dat?
‘Het was niet alleen ontlasting wat in de beerput belandde, men gooide er van alles in. Van stukken servies en afgebroken messen tot afgedankte kleding. Maar soms verloor iemand ook wel eens een ring. Op de plek van bibliotheek Neude stond vroeger het Ceciliaklooster. Daar is in een oude beerput eens een hele set houten borden van de nonnen gevonden. Wij moeten het helaas vaak doen met het onderste laagje beer uit de put, omdat vroeger in Utrecht de beerputten altijd leeg werden gehaald door putjesscheppers. De beer werd verkocht en als bemesting uitgespreid over de landerijen rondom Utrecht. Mensen vinden regelmatig pijpenkoppen, muntjes of aardewerkscherven in de weilanden rond de stad.’
Hoe kan het dat organisch materiaal nog te traceren is na honderden jaren?
‘Utrecht ligt in een rivierengebied met kleigrond. Hierdoor blijft alles heel goed bewaard. Omdat die resten zijn afgedekt door klei en vaak onder water staan, komt er weinig zuurstof bij en is de conservering heel goed. We vinden houten objecten, maar soms ook noten en zaden.’
Sluiten jullie vondsten aan bij het beeld dat jullie hebben van de geschiedenis van de Neude?
‘We zitten wel met een mysterie. We hebben een enorme beerput gevonden van bijna vier meter breed. Deze put staat door middel van een groot riool in verbinding met een beerkelder. Zulke grote constructies hadden we helemaal niet verwacht op deze plek en verwacht je meer bij kloosters. We snappen daarom niet wat hier heeft gestaan. We weten vrij zeker waar vroeger de kloosters stonden en dat er niet eentje stond op de plek waar nu Le Journal is.’
Hoe heeft de Neude zich in de afgelopen eeuwen ontwikkeld?
‘Vroeger stroomden er hier rivieren. Hierdoor was de Neude een laaggelegen gebied. Dit komt ook terug in de naam Neude, afgeleid van Node, wat laaggelegen gebied betekent. Waarschijnlijk is vanaf de veertiende en vijftiende eeuw het gebied opgehoogd. Vanaf de late middeleeuwen heeft de Neude dienstgedaan als toernooiveld en als marktplein. Het is altijd een belangrijke open plek geweest. In Utrecht waren er namelijk bijna geen pleinen. Op Vredenburg stond vroeger een klooster en daarna een kasteel. Het Domplein was bebouwd met de kerk. De Neude was het enige grote plein in Utrecht waar tot in de vorige eeuw markten zijn geweest. Vanaf de jaren vijftig tot in de jaren tachtig was de Neude een parkeerplaats.’
Wat hoop je als stadsarcheoloog nog te ontdekken?
‘Zelf vind ik de fase interessant voordat we steenbouw kregen in Utrecht. De overgang van houten naar stenen gebouwen begon rond 1200, toen de eerste bakstenen in Utrecht kwamen. Daarvoor moeten er veel houten vakwerkhuizen met lemen wanden in de stad hebben gestaan. Daar weten we nog niet zoveel van. Ik zou graag resten van zo’n houten huis willen vinden. Maar die liggen of heel erg diep of zijn al verdwenen omdat er vroeger minder zorgvuldig met de geschiedenis in de grond werd omgegaan.’