In de periode 1956 – 1984 moesten duizenden ongehuwd zwangere meisjes en vrouwen in Nederland tegen hun wil hun kind afstaan ter adoptie, wat veel leed heeft toegebracht aan de moeders en de afgestanen. Dit trauma werkt tot op de dag van vandaag intergenerationeel door. Na jarenlange strijd zijn er concrete gesprekken over excuses en herstel voor de duizenden moeders en hun kinderen die van elkaar werden gescheiden.
Wat was de rol van de Nederlandse Staat? Hoe ontstond het systeem dat gericht was op binnenlandse afstand ter adoptie? Welk leed en historisch onrecht heeft dit met zich meegebracht? En hoe kan een begin worden gemaakt tot herstel?
Christel Don, journalist en auteur van het boek Afstandsmoeders neemt ons mee terug naar de jaren 1956-1984: wat heeft er plaats gevonden en hoe kon dit gebeuren? Vervolgens delen drie ervaringsdeskundigen, waaronder Merapi Obermayer, hun verhaal: hoe het gedwongen afstaan van hun baby hun leven tekende, hoe adoptie hun leven tekende, en wat excuses voor hen betekenen.
Tot slot schetsen Ellen Venhuizen (voorzitter van de Stichting de Nederlandse Afstandsmoeder) en Barbalique Peters (bestuurslid van Verleden in Zicht) en Linde Bryk (jurist bij Bureau Clara Wichmann), de (juridische) strijd voor excuses en herstel, en plaatst Nicole Immler (hoogleraar Historical Memory and Transformative Justice aan de Universiteit voor Humanistiek) deze strijd in een breder kader van excuses en herstel voor historisch onrecht en hoe je als maatschappij met historisch onrecht omgaat.